Aan de kennis en kunde van ambulancepersoneel worden buitengewoon hoge eisen gesteld. Er wordt veel tijd en geld geïnvesteerd in de opleiding en begeleiding van ambulancepersoneel. Mede daardoor kunnen patiënten zo optimaal mogelijk worden verzorgd. Bij elke parate ambulance (een ambulance die klaar staat om uit te rukken voor spoedeisende gevallen) horen twee ambulancehulpverleners: één ambulancechauffeur en één ambulanceverpleegkundige.
Ambulancechauffeur
De ambulancechauffeur moet beschikken over het vereiste rijbewijs B (het rijbewijs C strekt tot aanbeveling) en het SOSA-diploma (SOSA = Stichting Opleiding en Scholing Ambulancezorg) ambulancechauffeur of heeft de verplichting om dit diploma binnen twee jaar te halen. Als de ambulancechauffeur met het werk op de ambulance begint, moet hij of zij in elk geval beschikken over een geldig EHBO-diploma met een reanimatiecertificaat. Jaarlijks volgt de ambulancechauffeur een aantal dagen bijscholing.
De ambulancechauffeur doet meer dan alleen het (soms met spoed) besturen van de ambulance. De ambulancechauffeur assisteert daar waar nodig de ambulanceverpleegkundige. Op de plek van een ongeluk helpt de chauffeur bij het verzorgen van gewonden. Deze hulp bestaat bijvoorbeeld uit het aanleggen van verbanden, het aansluiten van de patiënt op de bewakingsapparatuur, het toedienen van zuurstof, het geven van hartmassages en het in de ambulance tillen van patiënten met de brancard. Tijdens de rit naar het ziekenhuis informeert de ambulancechauffeur de mensen van de meldkamer over de toestand van de patiënt en de aard van eventuele verwondingen.
De ambulancechauffeur verricht daarnaast kleine onderhoudswerkzaamheden aan de ambulance. Zo is hij/zij verantwoordelijk voor het controleren van bijvoorbeeld alle verlichting, banden, oliepeil, de zwaailampen en sirene en moet hij of zij ervoor zorgen dat de mobilofoon goed werkt.
Voordat de ambulancechauffeur aan de dienst begint, wordt eerst het publicatiebord bestudeerd. Op dat bord staat onder andere welke wegopbrekingen er die dag zijn. Binnen de RAV oefenen ook vrouwen het vak ambulancechauffeur uit. Het is dus niet uitsluitend een mannenberoep!
Ambulanceverpleegkundige
De verpleegkundige heeft minimaal een diploma Verpleegkundige A dan wel een HBO-V diploma. Daarnaast moet de verpleegkundige tegenwoordig in het bezit zijn van een intensive care diploma of het NZR-diploma anesthesiologie. Ook is het bezit van het SOSA-diploma ambulanceverpleegkundige vereist of is er de verplichting om dit diploma binnen twee jaar te halen. Ieder jaar moeten verpleegkundigen zes dagen bijscholing volgen.
De ambulanceverpleegkundige is verantwoordelijk voor de preklinische zorg aan patiënten. Deze zorg kan bijvoorbeeld bestaan uit het aansluiten van beademingsapparatuur, het toedienen van medicijnen, het geven van hartmassages.
Begeleiding
Nieuwe personeelsleden doorlopen een gedegen inwerktraject. Zij lopen in de inwerkperiode eerst een aantal stages en worden door een mentor begeleid. Pas als het bedrijf en het betreffende personeelslid vinden dat overgegaan kan worden tot zelfstandig functioneren, wordt daarmee een begin gemaakt. Een opleidingscoördinator, de werkbegeleiders en de bedrijfsleiding dragen de verantwoordelijkheid voor het niveau van de hulpverlening en het aandeel van ieder personeelslid daarin.
Bekwaamheidsverklaring
Een ambulanceverpleegkundige mag binnen de protocollaire hulpverlening een aantal voorbehouden handelingen verrichten. Hij of zij moet daarvoor beschikken over een bekwaamheidsverklaring die wordt afgegeven door de medisch adviseur van de ambulancedienst. De medisch adviseur geeft deze verklaring af als de verpleegkundige de vereiste opleidingen en de verplichte bijscholing (zes dagen per jaar) heeft gevolgd. Daarnaast wordt vastgesteld of de bedoelde medische handelingen in de afgelopen periode ook in voldoende mate zijn uitgevoerd. Als dit niet het geval is, zullen eerst praktijkstages moeten worden gevolgd. Tenslotte geven de ziekenhuizen terugkoppeling over de manier waarop patiënten onder spoedeisende omstandigheden zijn overgedragen. Beoordeeld wordt de werkdiagnose, de ademhaling en de circulatie van de patiënt en de medicatie die is gegeven. De resultaten hiervan kunnen ook weer aanleiding geven voor een specifieke training met als doel een bekwaamheidsverklaring te krijgen of te verlengen.
De RAV IJsselland organiseert naast de verplichte bijscholingen van de SOSA ook interne trainingen voor al het personeel. Deze opleidingen worden gegeven in de speciaal hiervoor ingerichte opleidingsruimte.
Oefeningen
Om de samenwerking tussen de diverse hulpverleningsdiensten zo optimaal mogelijk te laten zijn, wordt er regelmatig geoefend met bijvoorbeeld de brandweer. Tijdens deze oefeningen komen de meest uiteenlopende situaties aan bod.
Het personeel dat een oefening 'draait' wordt door een observator/waarnemer gevolgd tijdens deze oefening, waarbij hij/zij nauwlettend de handelingen van het ambulancepersoneel observeert. De verrichte handelingen worden aan het eind van de oefening besproken. Op deze manier wordt gewerkt aan een constante (bij)scholing van het personeel.